Strafrecht overig

Rijden onder invloed (art. 8.2 WVW 1994) en rijden tijdens ontzegging rijbevoegdheid (art. 9.1 WVW 1994). 1…

Hoge Raad, 21 februari 2023

Zaakgegevens

Op 21 februari 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 februari 2023
Datum publicatie
22 februari 2023
Zaaknummer
21/03554
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:278
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Rijden onder invloed (art. 8.2 WVW 1994) en rijden tijdens ontzegging rijbevoegdheid (art. 9.1 WVW 1994). 1. Responsieplicht hof op verweer dat onherroepelijkheid van vonnis Ktr, waarbij OBM is opgelegd, niet vast staat? 2. Wetenschap van verdachte van ingangsdatum en termijn van OBM. Is kennisgeving OBM aan verdachte in persoon betekend?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 10 januari 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:39
  2. Hoge Raad · 21 februari 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:278

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/03554

Datum 21 februari 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 4 augustus 2021, nummer 22-002245-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.M.P. van Eijsden, advocaat te 's–Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 februari 2023 .