Strafrecht overig

Tanken met vervalste tankpas. Medeplegen opzettelijk gebruik maken van vervalste tankpas (art. 232.1 Sr) en…

Hoge Raad, 14 maart 2023

Zaakgegevens

Op 14 maart 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 maart 2023
Datum publicatie
13 maart 2023
Zaaknummer
21/03303
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:385
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Tanken met vervalste tankpas. Medeplegen opzettelijk gebruik maken van vervalste tankpas (art. 232.1 Sr) en medeplegen diefstal d.m.v. vervalste tankpas van brandstof die toebehoort aan eigenaar van tankpas (art. 311.1 Sr). Bewijsklacht. Kan uit bewijsmiddelen worden afgeleid dat bij medeverdachte aangetroffen vervalste tankpas daadwerkelijk is gebruikt en dat brandstof is gestolen d.m.v. die vervalste tankpas?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/03313.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 2 augustus 2021

    ECLI:NL:GHAMS:2021:2223
  2. Conclusie A-G · 24 januari 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:98
  3. Hoge Raad · 14 maart 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:385

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/03303

Datum 14 maart 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 2 augustus 2021, nummer 23-003585-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.A.C. de Bruijn, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 maart 2023.