Strafrecht overig

Medeplegen oplichting, meermalen gepleegd en medeplegen poging tot oplichting (art. 326.1 Sr). 1…

Hoge Raad, 21 maart 2023

Zaakgegevens

Op 21 maart 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 maart 2023
Datum publicatie
13 maart 2023
Zaaknummer
21/02698
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:395
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen oplichting, meermalen gepleegd en medeplegen poging tot oplichting (art. 326.1 Sr). 1. Strafmotivering (gevangenisstraf van 162 dagen). Redelijke termijn in eerste aanleg en LOVS-oriëntatiepunten. 2. Onvolkomenheid bij beëdiging van één of meer raadsheren van hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak hebben gewezen, art. 5.2 en 6.2 Wet RO.

Ad 1. HR: art. 81.1 RO.

Ad 2. Gelet op HR:2022:1438 behoeft dat geen verdere bespreking.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16 juni 2021

    ECLI:NL:GHSHE:2021:3573
  2. Conclusie A-G · 31 januari 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:110
  3. Hoge Raad · 21 maart 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:395

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/02698

Datum 21 maart 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 juni 2021, nummer 20-003078-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, hebben – na het verstrijken van de in artikel 437 lid 2 Sv bedoelde termijn – bij aanvullende schriftuur nog aan de orde gesteld dat bij de beëdiging van één of meerdere van de raadsheren die de bestreden uitspraak hebben gewezen, zich een onvolkomenheid heeft voorgedaan. Gelet op het arrest dat de Hoge Raad op 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1438, heeft gewezen, behoeft dat geen verdere bespreking.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 maart 2023.