Strafrecht overig

Jeugdprostitutie t.a.v. 16-jarige jongen door 51-jarige verdachte (meermalen gepleegd), art. 248b Sr. Heeft…

Hoge Raad, 21 maart 2023

Zaakgegevens

Op 21 maart 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 maart 2023
Datum publicatie
13 maart 2023
Zaaknummer
21/02974
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:397
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Jeugdprostitutie t.a.v. 16-jarige jongen door 51-jarige verdachte (meermalen gepleegd), art. 248b Sr. Heeft hof beraadslaagd n.a.v. onderzoek ttz., nu hof m.b.t. bewijs acht heeft geslagen op de in strafzaken tegen medeverdachten afgelegde verklaringen van slachtoffer en m.b.t. vorderingen van benadeelde partijen en opgelegde schadevergoedingsmaatregelen acht heeft geslagen op de in die strafzaken uitgesproken veroordelingen?

HR: art. 81. RO. Samenhang met 21/03027 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o), 21/03085, 21/03087 en 21/03211.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 9 juli 2021

    ECLI:NL:GHAMS:2021:2032
  2. Conclusie A-G · 31 januari 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:81
  3. Hoge Raad · 21 maart 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:397

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/02974

Datum 21 maart 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 9 juli 2021, nummer 23-003789-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 maart 2023.