Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op vest met logo van motorclub onder klager t.z.v. verdenking van overtreding…

Hoge Raad, 21 maart 2023

Zaakgegevens

Op 21 maart 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 maart 2023
Datum publicatie
16 maart 2023
Zaaknummer
21/05404
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:411
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op vest met logo van motorclub onder klager t.z.v. verdenking van overtreding van art. 2.2.1 APV Amsterdam. Verbindendheid art. 2.2.1 APV Amsterdam. Moet raadkamer (inhoudelijk) beslissen op verweer dat bepaling onverbindend is?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/05405 B.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 31 januari 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:2
  2. Hoge Raad · 21 maart 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:411

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/05404 B

Datum 21 maart 2023

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 14 december 2021, nummer RK 21/012232, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben R. van Leusden en D.J.M. Dammers, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 maart 2023.