Strafrecht overig
Klaagschrift 552a Sv niet-ontvankelijk.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 april 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:4078 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 16 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-rbzwb-2024-4078
Zaakgegevens
Op 16 april 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 16 april 2024
- Datum publicatie
- 14 juni 2024
- Zaaknummer
- RK 23-019212
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2024:4078
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Klaagschrift 552a Sv niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
raadkamernummer : 23-019212
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager] ,
geboren op [geboortedag] 1983 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. L.C. de Lange, advocaat te Utrecht (Muntkade 1, 3531 AK Utrecht),
hierna te noemen: de klager, tevens beslagene.
Rechthebbende: [rechthebbende] ,
[adres]
[postcode] [woonplaats]
1 De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
-
het klaagschrift, dat - ondertekend door of namens klager - tijdig is ingediend ter griffie van het op grond van artikel 552a Sv bevoegde gerecht;
-
de kennisgeving inbeslagneming;
-
de conclusie van het openbaar ministerie;
-
de overige stukken.
Op 16 april 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij is de officier van justitie, mr. R.S. Jacobs gehoord.
Klager en zijn raadsman zijn hoewel behoorlijk opgeroepen niet bij de behandeling in raadkamer verschenen.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat er niet langer sprake meer is van inbeslagname. Op 31 augustus 2024 is aan de raadsman van klager medegedeeld dat de inbeslaggenomen auto zal worden teruggeven aan de eigenaar, zijnde de vrouw van klager [rechthebbende] . Het beslag is opgeheven, zodat het klaagschrift niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
2 De beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt.
Het beslag op de personenauto is gelegd op grond van artikel 94 Sv.
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend.
De rechtbank dient na te gaan of het belang van strafvordering verlangt dat het beslag wordt voortgezet. Hiervan is sprake wanneer het in beslag houden van het goed kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk voordeel aan te tonen dan wel wanneer niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen strafvorderlijk belang meer is bij het voortduren van het beslag op de personenauto en heeft tot teruggave besloten. De rechtbank stelt vast dat het beslag gelegd op grond van artikel 94 Sv daardoor is geëindigd. De rechtbank zal de klager niet-ontvankelijk verklaren in zijn beklag.
3 De beslissing
De rechtbank verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beklag.
Deze beslissing is op 30 april 2024 gegeven door mr. R.J.H. Goossens, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 april 2024.
De griffier is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering.