Strafrecht overig
Belediging politieagenten door hun woorden “kankerlijers” toe te voegen en middelvinger naar hen op te…
Hoge Raad, 4 april 2023
ECLI:NL:HR:2023:468 · Hoge Raad · 4 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-468
Zaakgegevens
Op 4 april 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 april 2023
- Datum publicatie
- 24 maart 2023
- Zaaknummer
- 21/04190
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:468
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Belediging politieagenten door hun woorden “kankerlijers” toe te voegen en middelvinger naar hen op te steken, art. 266.1 jo. 267.2 Sr. 1. Bewijsklacht bestanddeel “gedurende of t.z.v. rechtmatige uitoefening van hun bediening”. 2. Post Keskin. Afwijzing van ttz. in hoger beroep gedaan verzoek tot horen van getuigen (beledigde politieagenten) m.b.t. waarneming van opsteken van middelvinger op de grond dat hof geen reden heeft om te twijfelen aan het door getuigen op ambtseed/-belofte opgemaakte p-v. Begrijpelijkheid afwijzing en gebruik van getuigenverklaringen voor bewijs.
HR: art. 81.1 RO. CAG t.a.v. getuigenverzoek: terechte klacht maar onvoldoende belang bij cassatie.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 29 september 2021
ECLI:NL:GHSHE:2021:4046Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 februari 2023
ECLI:NL:PHR:2023:127Hoge Raad · 4 april 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:468
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/04190
Datum 4 april 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 29 september 2021, nummer 20-001654-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E. Tamas, advocaat te ’sGravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 april 2023.