Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op hond (Amerikaanse Staffordshire Bullterriër) t.z.v. verdenking tegen dochter…

Hoge Raad, 18 april 2023

Zaakgegevens

Op 18 april 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 april 2023
Datum publicatie
24 maart 2023
Zaaknummer
21/04247
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:470
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op hond (Amerikaanse Staffordshire Bullterriër) t.z.v. verdenking tegen dochter van klaagster van overtreding van art. 425.2 Sr n.a.v. bijtincident waarbij 6-jarig kind in achterhoofd is gebeten, waarna strafzaak tegen dochter is geseponeerd. Ongegrondverklaring beklag ex art. 552a Sv op de grond dat niet hoogst onwaarschijnlijk is dat op vordering OvJ ex art. 552f Sv, waarvan Rb behandeling heeft aangehouden, onttrekking aan het verkeer van de hond zal worden bevolen. Kon Rb oordelen dat belang van strafvordering voortduring van beslag vordert?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/04875 B.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 24 januari 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:96
  2. Hoge Raad · 18 april 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:470

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/04247 B

Datum 18 april 2023

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 9 september 2021, nummer RK 21/1551, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klaagster] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,

hierna: de klaagster.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft J. Biemond, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2023.