Strafrecht overig
Wederspannigheid door bij aanhouding in haar woning t.z.v. openbare dronkenschap politieagent in arm te…
Hoge Raad, 11 april 2023
ECLI:NL:HR:2023:537 · Hoge Raad · 11 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-537
Zaakgegevens
Op 11 april 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 april 2023
- Datum publicatie
- 6 april 2023
- Zaaknummer
- 21/04093
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:537
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wederspannigheid door bij aanhouding in haar woning t.z.v. openbare dronkenschap politieagent in arm te bijten, art. 180 Sr. 1. Hebben politieambtenaren gehandeld in rechtmatige uitoefening van hun bediening, nu zij op onrechtmatige wijze woning hebben betreden en verdachte onrechtmatig hebben aangehouden? 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. vraag of sprake was van onmiddellijk dreigend gevaar voor personen en/of goederen waarbij terstond optreden van politie noodzakelijk was. 3. Bijzondere voorwaarde bij voorwaardelijk opgelegde taakstraf dat veroordeelde haar medicijnen dient in te nemen zonder daaraan door rechter te bepalen termijn te verbinden toelaatbaar, nu innemen van medicijnen op één lijn dient te worden gesteld met bijzondere voorwaarde tot opneming van veroordeelde in inrichting ter verpleging of klinisch forensische instelling? Art. 14c.2.11 Sr.
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 februari 2023
ECLI:NL:PHR:2023:211Hoge Raad · 11 april 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:537
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/04093
Datum 11 april 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 oktober 2021, nummer 23-000319-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 april 2023.