Strafrecht overig

Opzettelijk aanwezig hebben van 94 hennepplanten in woning waarvan verdachte mede-eigenaar is, art. 3.C…

Hoge Raad, 11 april 2023

Zaakgegevens

Op 11 april 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 april 2023
Datum publicatie
6 april 2023
Zaaknummer
21/03868
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:538
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Opzettelijk aanwezig hebben van 94 hennepplanten in woning waarvan verdachte mede-eigenaar is, art. 3.C Opiumwet. Bewijsklacht ‘opzettelijk aanwezig hebben’. Bevonden hennepplanten zich in machtssfeer van verdachte?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 10 september 2021

    ECLI:NL:GHARL:2021:8727
  2. Conclusie A-G · 21 februari 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:201
  3. Hoge Raad · 11 april 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:538

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/03868

Datum 11 april 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 september 2021, nummer 21-005695-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 april 2023.