Strafrecht overig
Ontucht met 15-jarig meisje door 28-jarige verdachte, art. 245 Sr. 1. Bewijsklacht. Verweer dat onvoldoende…
Hoge Raad, 11 april 2023
ECLI:NL:HR:2023:540 · Hoge Raad · 11 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-540
Zaakgegevens
Op 11 april 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 april 2023
- Datum publicatie
- 6 april 2023
- Zaaknummer
- 21/02665
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:540
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontucht met 15-jarig meisje door 28-jarige verdachte, art. 245 Sr. 1. Bewijsklacht. Verweer dat onvoldoende steunbewijs voor verklaring van aangeefster bestaat. 2. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van aangeefster voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 3. Vordering benadeelde partij, art. 361.4 Sv. Heeft hof toewijzing van vordering tot vergoeding van immateriële schade toereikend gemotiveerd?
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/02736.
Procesgang
Rechtbank Oost-Brabant · 30 november 2017
ECLI:NL:RBOBR:2017:6262Rechtbank Oost-Brabant · 30 november 2017
ECLI:NL:RBOBR:2017:6263Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 28 juni 2021
ECLI:NL:GHSHE:2021:1995(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 28 juni 2021
ECLI:NL:GHSHE:2021:1996(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 februari 2023
ECLI:NL:PHR:2023:202Hoge Raad · 11 april 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:540
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/02665
Datum 11 april 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 juni 2021, nummer 20-003790-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 april 2023.