Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag (€ 2.570) in vaas in woonkamer onder broer van klager t.z.v…
Hoge Raad, 18 april 2023
ECLI:NL:HR:2023:547 · Hoge Raad · 18 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-547
Zaakgegevens
Op 18 april 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 april 2023
- Datum publicatie
- 7 april 2023
- Zaaknummer
- 20/04205
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:547
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag (€ 2.570) in vaas in woonkamer onder broer van klager t.z.v. verdenking van handel in cocaïne en heroïne, waarna broer is veroordeeld. 1. Had Rb ex art. 552a.5 (tweede volzin) Sv moeder van klager als belanghebbende in kennis moeten stellen van behandeling van klaagschrift in raadkamer? 2. Kon Rb oordelen dat klager t.a.v. geldbedrag niet redelijkerwijs als rechthebbende kan worden beschouwd?
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/04206 B. CAG gaat in op ontvankelijkheid cassatieberoep (beslag is niet beëindigd ex art. 134.2.b Sv).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 maart 2023
ECLI:NL:PHR:2023:271Hoge Raad · 18 april 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:547
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/04205 B
Datum 18 april 2023
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 1 december 2020, nummer RK 19/2600, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben T.P.A.M. Wouters en R.I. Takens, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2023.