Strafrecht overig
Conclusie AG. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto. Onder klager inbeslaggenomen auto is gestolen van…
ECLI:NL:PHR:2024:1069 · Parket bij de Hoge Raad · 19 november 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2024-1069
Zaakgegevens
Op 19 november 2024 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 november 2024
- Datum publicatie
- 14 oktober 2024
- Zaaknummer
- 22/03581
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2024:1069
Samenvatting
Conclusie AG. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto. Onder klager inbeslaggenomen auto is gestolen van aangever. Klager stelt dat hij auto te goeder trouw heeft aangekocht. Had Rb ex art. 552a.5 (tweede volzin) Sv aangever en/of verzekeringsmaatschappij als belanghebbende in kennis moeten stellen van behandeling van klaagschrift in raadkamer? Conclusie strekt tot verwerping cassatieberoep (art. 81 RO).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 november 2024deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2024:1069
Hoge Raad · 28 januari 2025
ECLI:NL:HR:2025:137
Conclusie
Inhoudsopgave
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 22/03581 B
Zitting 19 november 2024
CONCLUSIE
A.E. Harteveld
In de zaak
[klager] ,
hierna: de klager.
-
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft bij beschikking van 21 juni 2022 het klaagschrift van de klager ten aanzien van een auto ongegrond verklaard.
-
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager en R. Zilver, advocaat in Utrecht, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
-
Het middel
Het middel bevat de klacht dat de rechtbank het beklag ongegrond heeft verklaard, zonder andere belanghebbenden in de gelegenheid te hebben gesteld tijdens de behandeling van het klaagschrift te worden gehoord en desgewenst zelf een klaagschrift in te dienen.
De rechtbank heeft het klaagschrift ongegrond verklaard en daartoe in haar beschikking van 21 juni 2022 onder meer het volgende overwogen:
“Voordat de rechtbank toekomt aan de vraag wie de rechthebbende van de auto is, dient de rechtbank eerst te beoordelen welk recht van toepassing is. De rechtbank stelt vast dat de Hoge Raad op 16 september 2017 (ECLI:NL:HR:2016:2118) heeft bepaald dat het recht van het land waarin de eigendomsoverdracht gerichte rechtshandeling heeft plaatsgevonden van toepassing is op de betreffende koopovereenkomst. De rechtbank stelt vast dat klager de auto in Düsseldorf heeft gekocht. Gelet op het voorgaande is in dit geval het Duitse recht van toepassing.
De onder klager inbeslaggenomen auto is gestolen van [betrokkene] . Gelet op het Duitse recht kan de rechtbank niet anders dan vaststellen dat klager nooit eigenaar is geworden van de auto, hoezeer klager de auto dan ook te goeder trouw heeft aangekocht. Klager is dus geen rechthebbende tot het voertuig, zodat het niet aan hem teruggegeven kan worden.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv gelegde beslag ongegrond verklaren.”
De steller van het middel beoogt te klagen over het voorschrift dat is neergelegd in art. 552a lid 5, tweede volzin, Sv. Deze bepaling luidt voor zover relevant:
“5. […] Op last van de voorzitter van het gerecht stelt de griffier tevens andere belanghebbenden van het klaagschrift in kennis, hun de gelegenheid biedende hetzij zelf binnen een in de kennisgeving te vermelden termijn een klaagschrift in te dienen, betrekken hebbend op hetzelfde voorwerp of dezelfde gegevens, hetzij tijdens de behandeling van het klaagschrift te worden gehoord. […]”
Uit het wettelijk systeem volgt dat de rechter, voordat hij beslist op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, aan de hand van de gegevens die hem ter beschikking staan, moet nagaan of een ander dan de klager als belanghebbende moet worden aangemerkt. In dat geval mag de rechter niet in de beoordeling van het klaagschrift treden zonder dat die belanghebbende – wanneer deze bekend of gemakkelijk traceerbaar is – in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord en om desgewenst zelf een klaagschrift in te dienen.
In de onderhavige zaak blijkt uit de aan de Hoge Raad gezonden stukken niet dat [betrokkene] en/of de verzekeringsmaatschappij in de gelegenheid zijn/is gesteld om te worden gehoord en om desgewenst zelf een klaagschrift in te dienen. Het moet ervoor worden gehouden dat dit niet is gebeurd. In aanmerking genomen dat de rechtbank heeft vastgesteld dat de onder klager inbeslaggenomen auto is gestolen van [betrokkene] en dat de klager nooit eigenaar is geworden van de auto, en gelet op het feit dat [betrokkene] bij zijn aangifte een adres heeft opgegeven en dus naar verwachting traceerbaar was, acht ik het zonder nadere motivering niet begrijpelijk dat een dergelijke oproep is uitgebleven.
Tot cassatie hoeft dit niet te leiden in verband met het volgende. Niet valt in te zien hoe de klager door dit verzuim in enig te respecteren belang is geschaad. De belangen van [betrokkene] en/of de verzekeringsmaatschappij zijn evenmin geschaad, aangezien het klaagschrift ongegrond is verklaard.
Ten overvloede merk ik nog het volgende op. In de toelichting op het middel wordt verwezen naar de beschikking van de Hoge Raad van 6 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG4193. De onderhavige zaak is hiermee niet vergelijkbaar, aangezien het klaagschrift in de onderliggende zaak ongegrond is verklaard, terwijl in de zaak uit 2009 de Hoge Raad de beschikking zo begreep dat het klaagschrift deels gegrond was verklaard.
Het middel kan vanwege gebrek aan belang niet tot cassatie leiden.
4. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering.
5. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.
6. Deze conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden