Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder klager die auto heeft aangekocht, terwijl auto in Duitsland als…

Hoge Raad, 28 januari 2025

Zaakgegevens

Op 28 januari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28 januari 2025
Datum publicatie
28 januari 2025
Zaaknummer
22/03581
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:137
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder klager die auto heeft aangekocht, terwijl auto in Duitsland als gestolen staat geregistreerd. Had Rb ex. art. 552a.5 (tweede volzin) Sv aangever en/of verzekeringsmaatschappij als belanghebbende in gelegenheid moeten stellen om tijdens behandeling van klaagschrift in raadkamer te worden gehoord en desgewenst zelf klaagschrift in te dienen?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 19 november 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1069
  2. Hoge Raad · 28 januari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:137

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/03581 B

Datum 28 januari 2025

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 juni 2022, nummer RK 22/002480, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager],

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft R. Zilver, advocaat in Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 januari 2025.