Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag onder ander t.z.v. verdenking van witwassen en overtreding…

Hoge Raad, 22 november 2022

Zaakgegevens

Op 22 november 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 november 2022
Datum publicatie
20 november 2022
Zaaknummer
21/03556
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1716
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag onder ander t.z.v. verdenking van witwassen en overtreding Opiumwet. 1. Is derde, onder wie geldbedrag in beslag is genomen, conform art. 552a.5 Sv opgeroepen? 2. Grondslag beslag. 3. Is voortzetting beslag in overeenstemming met eisen van proportionaliteit en subsidiariteit? 4. Verweer m.b.t. zijn van rechthebbende.

HR: art. 81.1 RO. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep, nu vertegenwoordiger van klaagster (vennootschap) beroep bij verkeerde griffie heeft ingesteld. Samenhang met 21/03557 B.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 4 oktober 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:869
  2. Hoge Raad · 22 november 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1716

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/03556 B

Datum 22 november 2022

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 27 oktober 2020, nummer RK 20/006868, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klaagster],

gevestigd te [vestigingsplaats],

hierna: de klaagster.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft S. Jankie, advocaat te Hoofddorp, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de klaagster heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 november 2022.