Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag (€ 2.460) in kast in woonkamer onder halfbroer van klaagster…

Hoge Raad, 18 april 2023

Zaakgegevens

Op 18 april 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 april 2023
Datum publicatie
16 april 2023
Zaaknummer
20/04206
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:600
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag (€ 2.460) in kast in woonkamer onder halfbroer van klaagster t.z.v. verdenking van handel in cocaïne en heroïne, waarna halfbroer is veroordeeld. 1. Had Rb ex art. 552a.5 (tweede volzin) Sv moeder van halfbroer als belanghebbende in kennis moeten stellen van behandeling van klaagschrift in raadkamer? 2. Kon Rb oordelen dat klaagster t.a.v. geldbedrag niet redelijkerwijs als rechthebbende kan worden beschouwd?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/04205 B. CAG gaat in op ontvankelijkheid cassatieberoep (beslag is niet beëindigd ex art. 134.2.b Sv).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 7 maart 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:272
  2. Hoge Raad · 18 april 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:600

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/04206 B

Datum 18 april 2023

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 1 december 2020, nummer RK 19/2731, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klaagster] ,

geboren te op [geboortedatum] 1997,

hierna: de klaagster.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben T.P.A.M. Wouters en R.I. Takens, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2023.