Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op gouden sieraden onder werknemer van klaagster (eigenaar van juwelierswinkel…

Hoge Raad, 11 april 2023

Zaakgegevens

Op 11 april 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 april 2023
Datum publicatie
11 april 2023
Zaaknummer
21/00690 B
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:548
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op gouden sieraden onder werknemer van klaagster (eigenaar van juwelierswinkel in Duitsland) t.z.v. verdenking van witwassen. Kon Rb oordelen dat belang van strafvordering zich verzet tegen opheffing van beslag, omdat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat strafrechter inbeslaggenomen goud verbeurd zal verklaren?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/04731 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 21 februari 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:213
  2. Hoge Raad · 11 april 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:548

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/00690 B

Datum 11 april 2023

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 29 januari 2021, nummer RK 20/4803, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klaagster] ,

gevestigd te [geboorteplaats] ,

hierna: de klaagster.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 april 2023.