Strafrecht overig

Doodslag door tijdens ruzie zijn vrouw te wurgen, art. 287 Sr. 1. Bewijsklachten opzet. 2. Noodweer(exces)…

Hoge Raad, 11 april 2023

Zaakgegevens

Op 11 april 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 april 2023
Datum publicatie
11 april 2023
Zaaknummer
21/05061
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:550
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Doodslag door tijdens ruzie zijn vrouw te wurgen, art. 287 Sr. 1. Bewijsklachten opzet. 2. Noodweer(exces). Heeft hof verwerping van beroep op noodweer(exces) toereikend gemotiveerd? 3. Strafmotivering (gevangenisstraf van 10 jaren).

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 6 december 2021

    ECLI:NL:GHDHA:2021:2414
  2. Conclusie A-G · 21 februari 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:404
  3. Hoge Raad · 11 april 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:550

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/05061

Datum 11 april 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 6 december 2021, nummer 22-002086-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 april 2023.