Strafrecht overig

Rijden onder invloed van amfetamine, art. 8.5 WW 1994. Bloedonderzoek, strikte waarborg van art. 13.1.d (oud)…

Hoge Raad, 18 april 2023

Zaakgegevens

Op 18 april 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 april 2023
Datum publicatie
16 april 2023
Zaaknummer
21/03843
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:603
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Rijden onder invloed van amfetamine, art. 8.5 WW 1994. Bloedonderzoek, strikte waarborg van art. 13.1.d (oud) Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in verkeer. Zijn bloedmonsters van verdachte zo spoedig mogelijk toegezonden aan laboratorium a.b.i. art. 13.1.d (oud) Besluit, nu deze 10 dagen na bloedafname zijn ontvangen door laboratorium in Duitsland, terwijl hof heeft vastgesteld dat nieuwe werkwijze van politie voor bewaren en verzenden van bloed is gehanteerd?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 9 september 2021

    ECLI:NL:GHDHA:2021:1708
  2. Conclusie A-G · 7 maart 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:234
  3. Hoge Raad · 18 april 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:603

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/03843

Datum 18 april 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 9 september 2021, nummer 22-001761-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

Namens de verdachte hebben J. Kuijper en D.W.E. Sternfeld, beiden advocaat te Amsterdam, daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2023.