Strafrecht overig

Rijden onder invloed van alcohol op snorfiets, art. 8.2.b WVW 1994. Bloedonderzoek, strikte waarborg van art…

Hoge Raad, 9 mei 2023

Zaakgegevens

Op 9 mei 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 mei 2023
Datum publicatie
20 april 2023
Zaaknummer
21/04561
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:638
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Rijden onder invloed van alcohol op snorfiets, art. 8.2.b WVW 1994. Bloedonderzoek, strikte waarborg van art. 13.1.d (oud) Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. Kon hof oordelen dat is voldaan aan voorschrift dat bloedmonsters ‘zo spoedig mogelijk’ worden bezorgd bij laboratorium a.b.i. art. 13.1.d (oud) Besluit, nu tussen datum van bloedafname en moment van bezorging van bloed bij laboratorium in Duitsland 8 dagen zijn verstreken, terwijl hof geen concrete vaststellingen heeft gedaan over wijze waarop bloed van verdachte is bewaard na afname daarvan en tijdens transport naar laboratorium?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 2 november 2021

    ECLI:NL:GHAMS:2021:3350
  2. Conclusie A-G · 14 maart 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:174
  3. Hoge Raad · 9 mei 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:638

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/04561

Datum 9 mei 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 2 november 2021, nummer 23-000205-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.J.W. Tijkotte, advocaat te Koog aan de Zaan, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 mei 2023.