Strafrecht overig

Valsheid in geschrift (art. 225.2 Sr). Stafmotivering (gevangenisstraf van 8 weken, waarvan 2 weken…

Hoge Raad, 23 mei 2023

Zaakgegevens

Op 23 mei 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 mei 2023
Datum publicatie
12 mei 2023
Zaaknummer
21/03769
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:726
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Valsheid in geschrift (art. 225.2 Sr). Stafmotivering (gevangenisstraf van 8 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk). 1. Heeft hof toereikend gemotiveerd waarom de door Rb opgelegde straf (gevangenisstraf van 6 weken) geen recht zou doen aan de aard en ernst van het feit? 2. Heeft hof nagelaten te responderen op ttz. ingenomen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over strafoplegging (verzoek tot oplegging taakstraf), terwijl het daarvan is afgeweken?

HR: art. 81.1 RO. CAG gaat (ambtshalve) in op ’s hofs oordeel dat taakstrafverbod a.b.i. art. 22b Sr van toepassing zou zijn.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 26 augustus 2021

    ECLI:NL:GHAMS:2021:2649
  2. Conclusie A-G · 28 maart 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:518
  3. Hoge Raad · 23 mei 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:726

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/03769

Datum 23 mei 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 augustus 2021, nummer 23-002404-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Sietsma, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 mei 2023.