Strafrecht overig

Grootschalige bankpasfraude. Deelneming aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr). Bewijsklachten. Blijkt uit…

Hoge Raad, 23 mei 2023

Zaakgegevens

Op 23 mei 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 mei 2023
Datum publicatie
19 mei 2023
Zaaknummer
22/01647
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:738
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Grootschalige bankpasfraude. Deelneming aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr). Bewijsklachten. Blijkt uit bewijsvoering dat verdachte heeft samengewerkt met anderen, dat sprake is van duurzame en structurele samenwerking en dat verdachte aan dit samenwerkingsverband heeft deelgenomen?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/00841, 21/00878, 21/00931 en 21/01117.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 26 april 2022

    ECLI:NL:GHAMS:2022:1273
  2. Conclusie A-G · 28 maart 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:338
  3. Hoge Raad · 23 mei 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:738

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/01647

Datum 23 mei 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 april 2022, nummer 23-000435-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 mei 2023.