Strafrecht overig

Medeplegen opzettelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr), medeplegen van mishandeling (art. 300.1 Sr) en…

Hoge Raad, 6 juni 2023

Zaakgegevens

Op 6 juni 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 juni 2023
Datum publicatie
19 mei 2023
Zaaknummer
21/01994
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:749
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen opzettelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr), medeplegen van mishandeling (art. 300.1 Sr) en voorhanden hebben van busje pepperspray (art. 26.1 WWM) en boksbeugel (art. 13.1 WWM). 1. Verweer m.b.t. onbetrouwbaarheid van voor bewijs gebruikte verklaringen van getuigen. 2. Bewijsklacht medeplegen mishandeling. 3. Vordering benadeelde partij. Heeft hof, gelet op onderbouwing vordering en wijze waarop vordering door verdediging is weersproken, toewijzing van vordering b.p. tot bedrag van € 7.500 aan immateriële schade toereikend gemotiveerd?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 6 mei 2021

    ECLI:NL:GHAMS:2021:1312
  2. Conclusie A-G · 11 april 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:412
  3. Hoge Raad · 6 juni 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:749

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/01994

Datum 6 juni 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 mei 2021, nummer 23-003016-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Namens de benadeelde partij heeft R. van den Berg, advocaat te Haarlem, een verweerschrift ingediend.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

Namens de verdachte hebben J.Kuijper en D.W.E. Sternfeld, beiden advocaat te Amsterdam, daarop schriftelijk gereageerd.

2Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juni 2023.