Strafrecht overig
Opzettelijk gebruik maken van vervalste beschikking Rb, meermalen gepleegd (art. 225.2 Sr) en oplichting…
Hoge Raad, 6 juni 2023
ECLI:NL:HR:2023:752 · Hoge Raad · 6 juni 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-752
Zaakgegevens
Op 6 juni 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 juni 2023
- Datum publicatie
- 22 mei 2023
- Zaaknummer
- 21/02419
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:752
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Opzettelijk gebruik maken van vervalste beschikking Rb, meermalen gepleegd (art. 225.2 Sr) en oplichting (art. 326.1 Sr). 1. Bewijsklachten valsheid in geschrift. Had verdachte wetenschap van vervalst karakter van beschikking en was hof gehouden te beslissen op het tot vrijspraak strekkende verweer? 2. Bewijsklacht valsheid in geschrift. Heeft hof bewezenverklaard oogmerk uit bewijsmiddelen kunnen afleiden? 3. Vordering tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Is OM ontvankelijk, nu verstekvonnis waarin deze voorwaardelijke straf is opgelegd niet deugdelijk aan verdachte is betekend?
HR: art. 81.1 RO. Vervolg op HR:2020:1896.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 26 mei 2021
ECLI:NL:GHDHA:2021:1088Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 april 2023
ECLI:NL:PHR:2023:399Hoge Raad · 6 juni 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:752
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/02419
Datum 6 juni 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 mei 2021, nummer 22-003353-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juni 2023.