Strafrecht overig

Medeplegen belaging (art. 285b.1 Sr) en medeplegen voorbereiding moord (art. 289 Sr) op ex-partner. 1…

Hoge Raad, 23 mei 2023

Zaakgegevens

Op 23 mei 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 mei 2023
Datum publicatie
23 mei 2023
Zaaknummer
21/04909
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:760
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen belaging (art. 285b.1 Sr) en medeplegen voorbereiding moord (art. 289 Sr) op ex-partner. 1. Bewijsklacht opzet medeplegen van voorbereiding moord. 2. Schriftuur benadeelde partij. Kon hof vordering tot vergoeding van immateriële schade a.g.v. belaging toewijzen tot € 2.000?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Midden-Nederland · 26 februari 2020

    ECLI:NL:RBMNE:2020:719
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 22 november 2021

    ECLI:NL:GHARL:2021:10769
  3. Conclusie A-G · 28 maart 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:284
  4. Hoge Raad · 23 mei 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:760

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/04909

Datum 23 mei 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 november 2021, nummer 21-001158-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Namens de benadeelde partij heeft P.C. Schouten, advocaat te Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partij zijn voorgesteld

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 mei 2023.