Strafrecht overig
Bedreiging met zware mishandeling door mes te tonen en daarmee op aangever te richten (art. 285.1 Sr). 1…
Hoge Raad, 30 mei 2023
ECLI:NL:HR:2023:817 · Hoge Raad · 30 mei 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-817
Zaakgegevens
Op 30 mei 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 mei 2023
- Datum publicatie
- 31 mei 2023
- Zaaknummer
- 21/03493
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:817
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bedreiging met zware mishandeling door mes te tonen en daarmee op aangever te richten (art. 285.1 Sr). 1. Bewijsklacht. Is ’s hofs arrest innerlijk tegenstrijdig, nu hof verdachte heeft vrijgesproken van verbale bedreigingen maar aangifte inclusief verbale bedreigingen voor bewijs heeft gebruikt? 2. Beroep op (putatief) noodweer(exces). Heeft hof verwerping van beroep op (putatief) noodweer(exces) toereikend gemotiveerd, nu hof tot andere vaststelling van feitelijke toedracht is gekomen?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 4 augustus 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:7651Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 april 2023
ECLI:NL:PHR:2023:381Hoge Raad · 30 mei 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:817
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/03493
Datum 30 mei 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 augustus 2021, nummer 21-006251-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H.M.W. Daamen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 mei 2023.