Strafrecht overig

Poging tot moord in Geervliet door met vuurwapen meermaals in richting slachtoffer te schieten en daarbij…

Hoge Raad, 27 juni 2023

Zaakgegevens

Op 27 juni 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 juni 2023
Datum publicatie
5 juni 2023
Zaaknummer
22/01597
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:863
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging tot moord in Geervliet door met vuurwapen meermaals in richting slachtoffer te schieten en daarbij diens buik, rug en borst te raken (art. 289 Sr). Bewijsklachten alternatief scenario, voorbedachte raad en betrouwbaarheid van verklaringen van aangever.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 21 april 2022

    ECLI:NL:GHDHA:2022:775
  2. Conclusie A-G · 16 mei 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:480
  3. Hoge Raad · 27 juni 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:863

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/01597

Datum 27 juni 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 21 april 2022, nummer 22-003493-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben E.A. Blok en J. Vermaat, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2023.