Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op hond (Amerikaanse Staffordshire terriër) onder klager t.z.v. verdenking van…

Hoge Raad, 24 januari 2023

Zaakgegevens

Op 24 januari 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 januari 2023
Datum publicatie
24 januari 2023
Zaaknummer
22/01818 B
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:90
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op hond (Amerikaanse Staffordshire terriër) onder klager t.z.v. verdenking van dierenmishandeling. 1. Kon Rb oordelen dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de hond verbeurd zal verklaren? 2. Had Rb zich ook moeten uitlaten over voornemen van OvJ tot vervreemding van hond a.b.i. art. 117 Sv? 3. Heeft Rb voldoende gerespondeerd op verweer dat objectief en subjectief niets blijkt van mishandeling van hond dan wel onthouden van zorg door klager?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 29 november 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:1097
  2. Hoge Raad · 24 januari 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:90

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/01818 B

Datum 24 januari 2023

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 5 april 2022, nummer RK 22/466, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J. Biemond, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 januari 2023.