Strafrecht overig
Verlaten plaats ongeval na botsing tegen bouwmateriaal (palet met stapel betonblokken), art. 7.1.b WVW 1994)…
Hoge Raad, 20 juni 2023
ECLI:NL:HR:2023:939 · Hoge Raad · 20 juni 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-939
Zaakgegevens
Op 20 juni 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 juni 2023
- Datum publicatie
- 16 juni 2023
- Zaaknummer
- 21/04534
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:939
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verlaten plaats ongeval na botsing tegen bouwmateriaal (palet met stapel betonblokken), art. 7.1.b WVW 1994) en weigeren mee te werken aan ademanalyse, art. 163.2 WWV 1994. 1. Bewijsklachten verlaten plaats ongeval. Kan uit bewijsvoering volgen dat verdachte auto, waarmee verkeersongeval heeft plaatsgevonden, heeft bestuurd en heeft hof voor bewijs gebruikte verklaring van getuige gedenatureerd? 2. Bewijsklacht weigeren mee te werken aan ademanalyse. Was verdachte t.t.v. ongeval bestuurder van auto? 3. Vordering benadeelde partij. Kon hof gevorderde schadeposten m.b.t. beschadigd bouwmateriaal aanmerken als “rechtstreekse schade” a.b.i. art. 51f.1 Sv en 361.2.b Sv? 4. Motivering oplegging schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f Sr.
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 mei 2023
ECLI:NL:PHR:2023:479Hoge Raad · 20 juni 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:939
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/04534
Datum 20 juni 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 18 oktober 2021, nummer 23-002220-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.A. van der Horst, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 juni 2023.