Strafrecht overig
Economische zaak. Voortgezette handeling van valsheid in geschrift (art. 225.1 en 225.2 Sr), meermalen…
Hoge Raad, 27 juni 2023
ECLI:NL:HR:2023:973 · Hoge Raad · 27 juni 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-973
Zaakgegevens
Op 27 juni 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 juni 2023
- Datum publicatie
- 23 juni 2023
- Zaaknummer
- 21/02742
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:973
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Economische zaak. Voortgezette handeling van valsheid in geschrift (art. 225.1 en 225.2 Sr), meermalen gepleegd en begaan door rechtspersoon door opmaken van valse rapporten van inspectie m.b.t. dubbelwandige tankinstallatie voor opslag van diesel en benzine op bedrijfsterrein en gebruik maken daarvan. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. bewijs van valsheid van opgemaakte en gebruikte geschriften, bewijsbestemming van die geschriften en opzet op opmaken en gebruik van vals geschrift.
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/02739 E.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 23 juni 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:1937Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 mei 2023
ECLI:NL:PHR:2023:631Hoge Raad · 27 juni 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:973
Hoge Raad · 27 juni 2023
ECLI:NL:HR:2023:990
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/02742 E
Datum 27 juni 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam, economische kamer, van 23 juni 2021, nummer 23-000932-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.H.H. Meulemeesters, advocaat te Zeist, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2023.