Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op personenauto onder klager t.z.v. verdenking van diefstal en witwassen…

Hoge Raad, 9 juli 2024

Zaakgegevens

Op 9 juli 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 juli 2024
Datum publicatie
9 juli 2024
Zaaknummer
23/02329
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1049
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op personenauto onder klager t.z.v. verdenking van diefstal en witwassen. Motivering ongegrondverklaring beklag. Kon Rb oordelen dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat strafrechter, later oordelend, inbeslaggenomen auto verbeurd zal verklaren of zal onttrekken aan het verkeer?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 16 april 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:316
  2. Hoge Raad · 9 juli 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1049

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/02329 B.

Datum 9 juli 2024

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 7 juni 2023, nummer RK 23/007006, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft L.C. de Lange, advocaat in Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2024.