Strafrecht overig

Telen van hennep (art. 3.B Opiumwet), diefstal (van elektriciteit) d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr)…

Hoge Raad, 12 juli 2024

Zaakgegevens

Op 12 juli 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 juli 2024
Datum publicatie
10 juli 2024
Zaaknummer
22/02674
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1054
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Telen van hennep (art. 3.B Opiumwet), diefstal (van elektriciteit) d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr), aanwezig hebben van metamfetamine, MDMA, XTC pillen en LSD zegels (art. 2.C Opiumwet) en aanwezig hebben van hennep (art. 3.C Opiumwet). Strafmotivering (gevangenisstraf van 6 maanden), art. 359.5 en 359.6 Sv. Heeft hof niet bewezenverklaard feit (verkoop van harddrugs) meegewogen bij straftoemeting?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 6 juli 2022

    ECLI:NL:GHSHE:2022:2665
  2. Conclusie A-G · 25 juni 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:680
  3. Hoge Raad · 12 juli 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1054

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/02674

Datum 12 juli 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 juli 2022, nummer 20-000898-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.J.P.M. Mooren, advocaat in Tilburg, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juli 2024.