Strafrecht overig

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen (poging tot) diefstal (meermalen gepleegd), art. 311.1.4 Sr…

Hoge Raad, 27 augustus 2024

Zaakgegevens

Op 27 augustus 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 augustus 2024
Datum publicatie
21 augustus 2024
Zaaknummer
22/01970
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1091
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen (poging tot) diefstal (meermalen gepleegd), art. 311.1.4 Sr. Aanhoudingsverzoek voorafgaand aan tz. in hoger beroep door niet gemachtigde raadsvrouw per e-mail gedaan op de grond dat zij geen contact heeft kunnen krijgen met verdachte en dus niet weet of hij op de hoogte is van tz. en of zij gemachtigd is, door hof afgewezen o.g.v. overweging dat verzoek niet is onderbouwd en geen reden bevat om behandeling van zaak aan te houden, terwijl betekening in orde is.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 25 juni 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:655
  2. Hoge Raad · 27 augustus 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1091

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/01970

Datum 27 augustus 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 mei 2022, nummer 21-004102-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.D. van Elst, advocaat in Veenendaal, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 augustus 2024.