Strafrecht overig
Vergismoord in Amsterdam in 2021. Beschieting van auto waarbij bestuurster (vriendin van beoogd slachtoffer…
Hoge Raad, 10 september 2024
ECLI:NL:HR:2024:1120 · Hoge Raad · 10 september 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-1120
Zaakgegevens
Op 10 september 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 september 2024
- Datum publicatie
- 2 september 2024
- Zaaknummer
- 23/03874
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1120
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vergismoord in Amsterdam in 2021. Beschieting van auto waarbij bestuurster (vriendin van beoogd slachtoffer, dat bijrijder was) om het leven is gekomen. Medeplegen (poging) moord (art. 289 Sr), brandstichting in vluchtauto (art. 157.1 Sr), vuurwapenbezit (art. 26.1 WWM) en vernieling en beschadiging van woningen en auto’s (art. 350.1 Sr).
1. Afwijzing verzoek tot sluiting deuren i.v.m. veiligheid van verdachte zodat verdachte kan toelichten waarom hij wisselend heeft verklaard, art. 269 Sv.
2. Bewijsklachten opzet, voorbedachte raad en medeplegen t.a.v. moord op vriendin van beoogd slachtoffer.
3. Strafmotivering (gevangenisstraf van 30 jaren). Kon hof recidive als strafverzwarende omstandigheid in aanmerking nemen, hoewel die niet is tlgd. en door bewijsmiddelen is bewezen?
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/02770, 23/02882 en 23/03754.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 25 september 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:2184Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 mei 2024
ECLI:NL:PHR:2024:556Hoge Raad · 10 september 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1120
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03874
Datum 10 september 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 25 september 2023, nummer 23-002018-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 september 2024.