Strafrecht overig

Poging tot doodslag (meermalen gepleegd) door in 2021 in Eindhoven 2 willekeurige vrouwelijke slachtoffers…

Hoge Raad, 5 november 2024

Zaakgegevens

Op 5 november 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 november 2024
Datum publicatie
19 september 2024
Zaaknummer
23/03107
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1265
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging tot doodslag (meermalen gepleegd) door in 2021 in Eindhoven 2 willekeurige vrouwelijke slachtoffers met scherp voorwerp in onderrug respectievelijk gezicht te steken, art. 287 Sr. Bewijsklacht. Schakelbewijsconstructie.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Oost-Brabant · 23 februari 2022

    ECLI:NL:RBOBR:2022:564
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 31 juli 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:2498

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 3 september 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:882
  4. Hoge Raad · 5 november 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1265

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/03107

Datum 5 november 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 juli 2023, nummer 20-000565-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.G. Grijpstra, advocaat in Eindhoven, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 november 2024.