Strafrecht overig
Opdracht geven tot belastingfraude (meermalen gepleegd) begaan door rechtspersoon (art. 69 AWR) en als…
Hoge Raad, 1 oktober 2024
ECLI:NL:HR:2024:1300 · Hoge Raad · 1 oktober 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-1300
Zaakgegevens
Op 1 oktober 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 oktober 2024
- Datum publicatie
- 26 september 2024
- Zaaknummer
- 22/03885
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1300
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Opdracht geven tot belastingfraude (meermalen gepleegd) begaan door rechtspersoon (art. 69 AWR) en als executeur-testamentair medeplegen van verduistering (meermalen gepleegd) van ruim € 1,1 miljoen (art. 321 Sr). 1. Is korte inhoud van stukken op terechtzitting medegedeeld? Art. 301.4 Sv. 2. Bewijsklachten belastingfraude en verduistering. 3. Grondslagverlating belastingfraude. Is een opeisbare vordering aan te merken als een goed a.b.i. art. 321 Sr?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 13 oktober 2022
ECLI:NL:GHDHA:2022:2255Hoge Raad · 1 oktober 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1300
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/03885
Datum 1 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 13 oktober 2022, nummer 22-001071-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft K. Canatan, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd. De Hoge Raad slaat op dit stuk geen acht, omdat op grond van artikel 439 lid 5 van het Wetboek van Strafvordering alleen een advocaat mag reageren op de conclusie.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2024.