Strafrecht overig

Feitelijk leiding geven aan valsheid in geschrift (meermalen gepleegd) begaan door rechtspersoon (art. 225.1…

Hoge Raad, 1 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 1 oktober 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 oktober 2024
Datum publicatie
29 september 2024
Zaaknummer
22/04552
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1346
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Feitelijk leiding geven aan valsheid in geschrift (meermalen gepleegd) begaan door rechtspersoon (art. 225.1 en 225.2 Sr) en feitelijk leiding geven aan medeplegen gewoontewitwassen (meermalen gepleegd) begaan door rechtspersoon (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr) 1. Innerlijke tegenstrijdigheid bewijsvoering witwassen en kwalificatie witwassen. 2. Beslissing tot teruggave van 4 vakantieparken en geldbedrag van € 646.984,72 aan rechthebbende, art. 353 Sv. Had hof moeten aanduiden wie rechthebbende van die voorwerpen is?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/04553, 22/04554, 22/04555, 22/04556, 22/04557 en 22/04558 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 1 december 2022

    ECLI:NL:GHARL:2022:10302
  2. Conclusie A-G · 18 juni 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:560
  3. Hoge Raad · 1 oktober 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1346

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/04552

Datum 1 oktober 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 december 2022, nummer 21-005660-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben M.E. van der Werf en D. Bektesevic, beiden advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2024.