Strafrecht overig
Medeplegen moord (art. 289 Sr) en vuurwapenbezit (art. 26. 1 WWM). 1. Redelijke termijn in hoger beroep. Kon…
Hoge Raad, 1 oktober 2024
ECLI:NL:HR:2024:1348 · Hoge Raad · 1 oktober 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-1348
Zaakgegevens
Op 1 oktober 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 oktober 2024
- Datum publicatie
- 29 september 2024
- Zaaknummer
- 23/02771
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1348
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen moord (art. 289 Sr) en vuurwapenbezit (art. 26. 1 WWM). 1. Redelijke termijn in hoger beroep. Kon hof uitgaan van 2-jaarstermijn i.p.v. 16-maandentermijn, nu verdachte zich in voorlopige hechtenis bevond? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 13 jaren). Wekt opgelegde straf verbazing gelet op strafeis in hoger beroep en in eerste aanleg opgelegde straf?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Rechtbank Overijssel · 20 december 2019
ECLI:NL:RBOVE:2019:4844Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 12 juli 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:5794Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 juni 2024
ECLI:NL:PHR:2024:603Hoge Raad · 1 oktober 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1348
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02771
Datum 1 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli 2023, nummer 21-000019-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.N. de Jonge, advocaat in Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2024.