Strafrecht overig

Medeplegen moord in Landgraaf (art. 289 Sr) 1. Schending onschuldpresumptie a.b.i. in art. 6.2 EVRM, nu…

Hoge Raad, 1 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 1 oktober 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 oktober 2024
Datum publicatie
1 oktober 2024
Zaaknummer
22/04863
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1351
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen moord in Landgraaf (art. 289 Sr) 1. Schending onschuldpresumptie a.b.i. in art. 6.2 EVRM, nu voorzitter hof heeft medegedeeld dat kwestie dat behandelend AG dezelfde persoon is als OvJ in eerste aanleg, hof niet aangaat? 2. Bewijsklacht medeplegen. 3. Bewijsklachten. 4. Post-Keskin, overleden getuige. Heeft hof verklaringen van inmiddels overleden getuige (medeverdachte) voor bewijs kunnen gebruiken, terwijl verdediging t.a.v. die getuige niet ondervragingsrecht heeft kunnen uitoefenen? 5. Had hof moeten reageren op verzoek van verdediging “om aan medeverdachte een plattegrond of Google-fotocollage te tonen, zodat hij locatie kan aanduiden”?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Limburg · 18 december 2020

    ECLI:NL:RBLIM:2020:9977
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 22 december 2022

    ECLI:NL:GHSHE:2022:4591

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 18 juni 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:592
  4. Hoge Raad · 1 oktober 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1351

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/04863

Datum 1 oktober 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 december 2022, nummer 20-002917-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W. Römelingh, advocaat in ’s-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van negentien jaren en zes maanden.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze negentien jaren en een maand beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2024.