Strafrecht overig

Verduistering in persoonlijke dienstbetrekking (meermalen gepleegd) door als bestuursvoorzitter van…

Hoge Raad, 22 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 22 oktober 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 oktober 2024
Datum publicatie
11 oktober 2024
Zaaknummer
23/04163
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1464
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verduistering in persoonlijke dienstbetrekking (meermalen gepleegd) door als bestuursvoorzitter van ziekenhuis grote geldbedragen van ziekenhuis te besteden aan privéproject en over te maken naar privérekening (art. 322 jo. 321 Sr) en valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 en 225.2 Sr). 1. Bewijsklachten verduistering (€ 1.000.000) t.a.v. opzet. Heeft verdachte als heer en meester over geldbedrag beschikt? 2. Bewijsklacht valsheid in geschrift t.a.v. valsheid van opgestelde verkoopfacturen. 3. Bewijsklacht verduistering (€ 200.000) t.a.v. opzet. Is sprake van wederrechtelijke toe-eigening van geldbedrag?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 20 oktober 2023

    ECLI:NL:GHAMS:2023:2439
  2. Conclusie A-G · 27 augustus 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:847
  3. Hoge Raad · 22 oktober 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1464

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04163

Datum 22 oktober 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 oktober 2023, nummer 23-004417-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1966,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.F. Korvinus, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 oktober 2024.