Strafrecht overig

Diefstal met geweld door hoogbejaarde man (die net € 10.000 heeft gepind) te beroven, art. 312.1 Sr. 1…

Hoge Raad, 22 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 22 oktober 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 oktober 2024
Datum publicatie
11 oktober 2024
Zaaknummer
23/04456
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1465
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Diefstal met geweld door hoogbejaarde man (die net € 10.000 heeft gepind) te beroven, art. 312.1 Sr. 1. Bewijsklacht. Verweer m.b.t. bewijswaarde van herkenningen van verdachte. 2. Bewijsklacht geweld. Levert bewezenverklaard handelen (verdachte trekt klep van kofferbak van auto open, waardoor aangever (die klep probeert dicht te houden) wordt weggeduwd) diefstal met geweld a.b.i. art. 312 Sr op?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 27 augustus 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1081
  2. Hoge Raad · 22 oktober 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1465

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04456

Datum 22 oktober 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 november 2023, nummer 21-003169-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.H.W. Janssen, advocaat in Arnhem, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 oktober 2024.