Strafrecht overig

Mishandelingen in Utrecht door in 2020 na weigering mee te werken aan tassencontrole een beveiliger van…

Hoge Raad, 22 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 22 oktober 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 oktober 2024
Datum publicatie
18 oktober 2024
Zaaknummer
22/04033
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1493
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mishandelingen in Utrecht door in 2020 na weigering mee te werken aan tassencontrole een beveiliger van supermarkt tegen borst te slaan en met kracht vingers om te buigen en medewerker van supermarkt met kracht aan arm te trekken (art. 300.1 Sr). Bewijsklachten. Kon hof oordelen dat sprake was van aanhouding van verdachte naar aanleiding van een op heterdaad ontdekt strafbaar feit? Was het optreden van aangevers ter aanhouding van verdachte wederrechtelijk?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 1 oktober 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1002
  2. Hoge Raad · 22 oktober 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1493

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/04033

Datum 22 oktober 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 oktober 2022, nummer 21-001673-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat in Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 oktober 2024.