Strafrecht overig

Bedreiging van ex-partner van verdachte (art. 285.1 Sr), belediging van verbalisant door hem te bespugen…

Hoge Raad, 5 november 2024

Zaakgegevens

Op 5 november 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 november 2024
Datum publicatie
1 november 2024
Zaaknummer
23/01544
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1574
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bedreiging van ex-partner van verdachte (art. 285.1 Sr), belediging van verbalisant door hem te bespugen (art. 266.1 jo. 267.1.2 Sr) en mishandeling van 2 andere verbalisanten bij aanhouding verdachte (art. 300.1 jo. 304.1.3 Sr). Strafmotivering, oplegging gebieds- en contactverbod als vrijheidsbeperkende maatregel a.b.i. art. 38v Sr. Duur van maximaal op te leggen vervangende hechtenis (art. 38w.3 Sr), motivering gebiedsverbod en aftrek van periode waarin vrijheidsbeperkende maatregel na uitspraak in eerste aanleg al van kracht is geweest.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 3 september 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:881
  2. Hoge Raad · 5 november 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1574

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/01544

Datum 5 november 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 april 2023, nummer 21-000513-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 november 2024.