Strafrecht overig
Profijtontneming, w.v.v. uit mensensmokkel. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 (oud) Sr. 1…
Hoge Raad, 12 november 2024
ECLI:NL:HR:2024:1590 · Hoge Raad · 12 november 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-1590
Zaakgegevens
Op 12 november 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 november 2024
- Datum publicatie
- 7 november 2024
- Zaaknummer
- 23/02421
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1590
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Profijtontneming, w.v.v. uit mensensmokkel. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 (oud) Sr. 1. Gebruikte maatstaf bij kasopstelling. Kon hof oordelen dat bedrag van € 13.700 niet in mindering wordt gebracht op vastgesteld voordeel van € 52.110? 2. Motivering schatting w.v.v. Kon hof bedrag van € 1.000 weglaten uit eenvoudige kasopstelling? 3. Motivering schatting w.v.v. Is vaststelling w.v.v. begrijpelijk gelet op hetgeen verdediging heeft aangevoerd over het bestaan van leningen? 4. Overschrijding redelijke termijn in feitelijke aanleg. Kon hof volstaan met constatering dat redelijke termijn is overschreden, nu daarmee in strafzaak al rekening is gehouden?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 15 juni 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:2005Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 september 2024
ECLI:NL:PHR:2024:910Hoge Raad · 12 november 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1590
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02421 P
Datum 12 november 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 juni 2023, nummer 20-004022-19, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de betrokkene.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de betrokkene en H. Brentjes, advocaat in Utrecht, hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 november 2024.