Strafrecht overig

Medeplegen diefstal van parasols van tennisclub, art. 311.1.4 Sr. 1. Bewijsklacht medeplegen. 2…

Hoge Raad, 19 november 2024

Zaakgegevens

Op 19 november 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 november 2024
Datum publicatie
19 november 2024
Zaaknummer
22/02425
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1695
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen diefstal van parasols van tennisclub, art. 311.1.4 Sr. 1. Bewijsklacht medeplegen. 2. Onvolkomenheid bij beëdiging van één of meer raadsheren van hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak hebben gewezen, art. 5.2 en 6.2 Wet RO.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 juli 2022

    ECLI:NL:GHSHE:2022:2964
  2. Conclusie A-G · 17 september 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:817
  3. Hoge Raad · 19 november 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1695

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/02425

Datum 19 november 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 juli 2022, nummer 20-001263-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.J.N. Vermeij, advocaat in 'sGravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 november 2024.