Strafrecht overig

Mishandeling (art. 300.1 Sr) en feitelijke aanranding van de eerbaarheid (art. 246 Sr (oud)). 1. Afwijzing…

Hoge Raad, 3 december 2024

Zaakgegevens

Op 3 december 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 december 2024
Datum publicatie
28 november 2024
Zaaknummer
23/02459
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1770
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mishandeling (art. 300.1 Sr) en feitelijke aanranding van de eerbaarheid (art. 246 Sr (oud)). 1. Afwijzing van voorwaardelijk verzoek tot benoeming van deskundige om letselrapportage te laten opstellen, op de grond dat hof daartoe geen noodzaak ziet. 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 1 dag en taakstraf van 90 uren, subsidiair 45 dagen hechtenis). Is strafoplegging toereikend gemotiveerd?

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 1 oktober 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1304
  2. Hoge Raad · 3 december 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1770

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/02459

Datum 3 december 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 juni 2023, nummer 21-000881-21, in de strafzaak

tegen

[Verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat in Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 december 2024.