Strafrecht overig

Medeplegen opzetheling 960 iPhones ('mobiel banditisme'), art. 416.1.a Sr. 1. Verweer dat OvJ n-o is in…

Hoge Raad, 3 december 2024

Zaakgegevens

Op 3 december 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 december 2024
Datum publicatie
28 november 2024
Zaaknummer
22/04781
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1777
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen opzetheling 960 iPhones ('mobiel banditisme'), art. 416.1.a Sr. 1. Verweer dat OvJ n-o is in vervolging dan wel Rb alsnog onbevoegd moet worden verklaard, omdat landelijk parket niet bevoegd is om verdachte te vervolgen, nu sprake is van normaal onderzoek naar ladingdiefstal. 2. Bewijsklachten voorhanden hebben. Kon hof in het licht van verweer van raadsman oordelen dat verdachte moet hebben geweten van aanwezigheid van telefoons?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/04772, 22/04782 en 22/04945 en met 22/04774 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 16 december 2022

    ECLI:NL:GHARL:2022:11135
  2. Conclusie A-G · 5 november 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1145
  3. Hoge Raad · 3 december 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1777

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/04781

Datum 3 december 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 december 2022, nummer 21-001597-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Berndsen, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 december 2024.