Strafrecht overig
(Poging tot) feitelijke aanranding van eerbaarheid, art. 45 en 246 (oud) Sr. Dubbel verstek. 1…
Hoge Raad, 10 december 2024
ECLI:NL:HR:2024:1823 · Hoge Raad · 10 december 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-1823
Zaakgegevens
Op 10 december 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 december 2024
- Datum publicatie
- 6 december 2024
- Zaaknummer
- 23/02732
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1823
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
(Poging tot) feitelijke aanranding van eerbaarheid, art. 45 en 246 (oud) Sr. Dubbel verstek. 1. Aanwezigheidsrecht. Kon hof verstek verlenen, nu dagvaarding is uitgereikt op inschrijvingsadres van verdachte dat een pand voor kamerbewoning betreft en medebewoner (die verdachte niet kent) dagvaarding in ontvangst heeft genomen? 2. Aanhoudingsverzoek ttz. in hoger beroep door niet-gemachtigde raadsman op de grond dat aanleiding voor h.b. is geweest dat verdachte graag zijn verhaal wilde doen, door hof afgewezen omdat verzoek onvoldoende is onderbouwd.
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 oktober 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1033Hoge Raad · 10 december 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1823
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02732
Datum 10 december 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 juni 2023, nummer 21-004036-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.R. Maarsingh, advocaat in Deventer, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2024.