Strafrecht overig

Moord op ex-vriendin (art. 289 Sr). TBS met dwangverpleging opgelegd. Bewijsklachten voorbedachte raad. Heeft…

Hoge Raad, 17 december 2024

Zaakgegevens

Op 17 december 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 december 2024
Datum publicatie
10 december 2024
Zaaknummer
23/04488
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1842
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Moord op ex-vriendin (art. 289 Sr). TBS met dwangverpleging opgelegd. Bewijsklachten voorbedachte raad. Heeft hof gelet op contra-indicaties die verdediging heeft aangevoerd voorbedachte raad kunnen aannemen?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 14 november 2023

    ECLI:NL:GHARL:2023:9761
  2. Conclusie A-G · 12 november 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1211
  3. Hoge Raad · 17 december 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1842

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04488

Datum 17 december 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 november 2023, nummer 21-003320-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P. van Dongen, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2024.