Strafrecht overig

Doodslag (art. 287 Sr) en wegmaken lijk dat in 2018 in Muidertrekvaart gewikkeld in plastic opblaaszwembad…

Hoge Raad, 6 februari 2024

Zaakgegevens

Op 6 februari 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 februari 2024
Datum publicatie
5 februari 2024
Zaaknummer
23/01105
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:185
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Doodslag (art. 287 Sr) en wegmaken lijk dat in 2018 in Muidertrekvaart gewikkeld in plastic opblaaszwembad met touwen, kabels en kabelbinders is aangetroffen (art. 151 Sr). Kon hof oordelen dat alternatief scenario (Meer-en-Vaart-verweer), waarin slachtoffer a.g.v. wurgseks zou zijn overleden en ribbreuken het gevolg zouden zijn van (mislukte) poging tot reanimatie, niet aannemelijk is geworden?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 16 maart 2023

    ECLI:NL:GHARL:2023:2267
  2. Conclusie A-G · 12 december 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:1105
  3. Hoge Raad · 6 februari 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:185

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/01105

Datum 6 februari 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 maart 2023, nummer 21-002493-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.P.W. Nijboer, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2024.